Autosport was Erik de Jonge met de paplepel ingegoten aangezien zijn vader in de jaren vijftig van de vorige eeuw al kaartleesritten reed en daardoor in de kennissenkring ook al de nodige autofanaten aanwezig waren.
Tweede helft jaren 60 wilde Erik actief iets aan autosport doen maar de middelen waren zeer beperkt en toen was circuitracen, zeker voor iemand van net 20 jaar, niet betaalbaar. Gelukkig was er in Engeland in 1966 een nieuwe autosport ontstaan die daar in korte tijd zeer populair was geworden en die in 1968 / 1969 werd geïntroduceerd in Nederland door o.a. Gerard van Lennep en Rob Herzet. Die sport heette rallycross, het latere rallyracing. De reglementen waren dusdanig ruim dat een handige sleutelaar voor weinig geld een competitieve auto kon bouwen. Erik rook zijn kans en nam een Mini body, kocht een standaard 1275 Cooper S motor in Engeland en maakte een lichte en eenvoudige auto die eigenlijk meteen al zeer snel en betrouwbaar bleek. Gereden werd op een verlaten vliegveld aan de Duitse grens bij Venlo, er waren ca 30 deelnemers en met een set banden deed je een heel seizoen. Hoe simpel kan het leven zijn.

De races werden mede georganiseerd door de AVRO die er ca . vier keer per jaar een lange uitzending aan wijdde en dat zorgde ervoor dat sponsors als vliegen op de stroop afkwamen en de sport zich zeer snel ontwikkelde.
Het circuit te Valkenswaard werd gebouwd, het deelnemersaantal groeide in twee jaar naar zo'n 120 auto's en de sport werd in korte tijd zeer professioneel, temeer omdat de organisatoren de buitenlandse rallycrosstop uitnodigde om het niveau van de sport snel naar een hoger plan te brengen. Erik, aanvankelijk rijdend voor het Sportique team, kon zeer goed meekomen, behaalde in 1971 diverse dagoverwinningen en werd dat jaar klassekampioen. Dit bleef niet onopgemerkt en hij werd in 1972 door de teamleider van het Seikoteam, Bart Rietbergen, ingelijfd en van de nodige munten voorzien.

De resultaten bleven niet uit. Er was ruimte voor het ontwikkelen van speciale zeer lichte wielophangingen, er werden speciale versnellingsbakken gemaakt en er werd vooral werk gemaakt van de betrouwbaarheid van de Mini. De organisatie had de Zweedse Saab fabrieksrijder Per Eklund uitgenodigd voor de laatste wedstrijd van het seizoen. Deze was net te snel voor Erik en pakte de eerste plaats met de bijbehorende punten in de klasse. Hierdoor ging het kampioenschap aan zijn neus voorbij en werd Erik in 1972 tweede overall in het Nederlandse rallycrosskampioenschap.
De volgende jaren werd er nog gereden voor het Samsonshagteam en het Nationalteam. Hoewel er steeds zeer goede klasseresultaten werden behaald werd de sport steeds meer bepaald door grote sponsorbudgetten. Erik besloot de actieve autosport vaarwel te zeggen en in 1977 reed hij zijn laatste rallycross.
Zo'n tien jaar later begon het toch weer te kriebelen want aan de kant staan om te kijken hoe anderen met autosport bezig zijn is niet leuk. Bovendien was duidelijk geworden dat Mick ook een hele handige sleutelaar was. Dus werd er in 1988 een auto gekocht met een lange autosport historie, namelijk de Renault 5 Turbo waarmee Jan Lammers in 1983 en 1984 de Europese Turbocup had gewonnen. Deze auto was daarna verkocht aan Kees Kruithof die hem ombouwde tot rallyauto en er in 1986 het nationaal rallykampioenschap mee had gewonnen. De bedoeling was om met deze ex-groep B auto rallysprints te gaan rijden en aldus geschiedde. In de eerste jaren werden, met verschillende navigatoren, regelmatig plaatsen bij de top tien behaald. Niet slecht dus in startvelden van ruim 100 auto's.

Mick raakte bij het rallysprinten betrokken als navigator toen hij 18 was en meteen zijn rijbewijs en startlicentie behaalde. Ondertussen werd een tweede Renault 5 Turbo gebouwd, grotendeels volgens de zogenaamde ''Tour de Corse'' homologatie, speciaal voor rallysprints. Dit is de bekende gele auto waarmee vanaf 1992 tot 2001 in de voorste gelederen werd gereden bij rallysprints en later rally's, eerst in groep H en later in groep Y. Dit ex groep B bommetje had ca 300PK uit 1600cc en woog 1000kg. Daar kom je dus wel mee vooruit. De equipe de Jonge/ de Jonge was, mede door de spectaculaire auto, een begrip in deze tak van autosport, getuige de vele artikelen in de autosportbladen.
Helaas kwam aan de rallyactiviteiten een abrupt einde in oktober 2001 toen, tijdens de "Barneveld Rally'', een bocht, die eerder op de dag nog snel genomen kon worden, dusdanig vervuild bleek met kiezels dat de auto spinde en na vele salto's in een greppel tot stilstand kwam. Mick was alleen bont en blauw maar Erik bleek twee rugwervels gebroken te hebben. Aangezien het toch steeds moeilijker werd om met een inmiddels 20 jaar oude auto mee te komen tussen het moderne vierwiel aangedreven geweld en de bijbehorende vereiste budgetten, is besloten hiermee niet meer door te gaan.
Nog tijdens de revalidatie van Erik bleken 2 Renault 21 T Europacups te koop bij Michael Bleekemolen. Circuit racen is toch net even veiliger dan rallyrijden, dus er hoefde niet lang nagedacht te worden, auto's gekocht, degene met het minste werk aangepakt en raceklaar gemaakt en meedoen met de zgn ''Zomeravond Competitie". Aanvankelijk reden vader en zoon om beurten maar al snel heeft Erik zijn plaatsje afgestaan aan Mick, die inmiddels ook het meeste sleutelwerk op zich had genomen. Vooral toen bij de Youngtimers de leeftijdsgrens van de deelnemende auto's werd uitgebreid tot 1988 werden regelmatig overwinningen behaald in het dagklassement met uiteindelijk de bekroning met het behalen van het Youngtimer kampioenschap in zowel 2008 als 2009.

Erik heeft inmiddels de tweede R21T verkocht aan een Zwitserse verzamelaar maar heeft nog steeds een ClioV6 Trophy staan die, voorzien van een speciale 3,3L Sodemo motor, in 2010 klaargemaakt moet gaan worden voor de racerij. Een en ander is vooral afhankelijk van de beschikbare tijd en het budget, maar zeker is dat, met de onderdelen die nu reeds op de plank liggen, er een hele serieuze auto opgebouwd gaat worden.









